Het prijsplafond gold voor de meeste huishoudens niet van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023. Het jaar
2023 werd, als het ware, in twee periodes verdeeld. De eerste periode was het moment voor je jaarafrekening en
de tweede periode was het moment na je jaarafrekening.
Hoe lang deze periodes waren werd bepaald door het moment waarop jij je jaarafrekening kreeg. En dat moment
werd bepaald door de startdatum van je energiecontract. Met andere woorden: een kalenderjaar liep meestal niet
gelijk met een “energiecontractjaar”.
Een voorbeeld hoe 2023 verdeeld kon worden in twee periodes:
Stel, je contract was op 12 april 2022 van start gegaan, dan ontving je op 12 april 2023 je jaarafrekening. De
eerste periode voor het prijsplafond was dan: 1 januari 2023 tot en met 11 april 2023. De tweede periode voor
het prijsplafond begon op 12 april 2023 en eindigde op 31 december 2023.
Omdat het maximum verbruik van het prijsplafond over de twee periodes verdeeld moest worden, werd er een
rekenmodel gehanteerd waarbij was berekend wat het gemiddelde verbruik per dag zou zijn. Het gemiddelde werd
vanaf 1 januari opgeteld tot de dag van je jaarafrekening. Was je werkelijke verbruik tijdens deze periode lager
dan dit gemiddelde, dan betaalde je maximaal de tarieven van het prijsplafond. Kwam je verbruik boven dit
gemiddelde uit, dan betaalde je voor alles boven dit gemiddelde het tarief dat in je energiecontract stond.
Vanaf het moment dat je nieuwe contractjaar inging, begon deze berekening opnieuw. De overheid hield er
rekening mee dat je in de wintermaanden meer energie verbruikte dan in de zomermaanden.
Let op: Je energieleverancier mocht over beide periodes alleen het prijsplafondtarief in
rekening brengen voor het aantal m3 gas of kWh stroom dat je volgens het rekenmodel tot die dag had mogen
verbruiken. Zat je in periode 1 onder dat verbruik? Dan nam je het “restverbruik” niet mee naar
periode 2. Zat je in periode 1 boven dat verbruik? Dan betaalde je over het “teveel” het tarief dat
in je energiecontract stond.
Wat waren de gevolgen voor het prijsplafond?
Deze regeling kon als gevolg hebben dat je over het gehele kalenderjaar 2023 onder het prijsplafond bleef,
maar dat je tijdens een van de twee periodes wél boven het berekende verbruik uitkwam. Op dat moment
moest je dus tóch bijbetalen. Hieronder hadden we dit in twee rekenvoorbeelden met fictieve getallen
uitgewerkt.
Rekenvoorbeeld 1
Voor dit voorbeeld namen we de contractperiode die hierboven was beschreven. Je contract was op 12 april 2022
van start gegaan, je kreeg een jaarafrekening op 12 april 2023. De eerste periode was voor jou van 1 januari
2023 tot en met 11 april 2023. Je tweede periode was voor jou van 12 april 2023 tot en met 31 december 2023.
Periode 1
Volgens het model van de rijksoverheid mocht je in de eerste periode een verbruik hebben van 610m3 gas en 1250
kWh stroom. Je daadwerkelijke verbruik in deze periode was: 580 m3 gas en 1050 kWh stroom. Je bleef dus in deze
periode onder het maximum verbruik van het prijsplafond en hoefde over deze periode niks bij te betalen.
Periode 2
Volgens het model van de rijksoverheid mocht je in de tweede periode een verbruik hebben van 590 m3 gas en 1650
kWh stroom. Je daadwerkelijke verbruik in deze periode was: 640m3 gas en 1950 kWh stroom. Je zat hier dus 50m3
gas en 300 kWh stroom boven het prijsplafond. Voor deze periode moest je dus zeer waarschijnlijk bijbetalen.
Want je energieleverancier hanteerde voor de 50m3 gas en 300 kWh stroom het tarief dat in je contract stond.
In dit voorbeeld zag je dat je totaalverbruik in 2023 onder het prijsplafond bleef. Doordat het jaar in twee
periodes was verdeeld en je in periode twee boven het berekende verbruik van die periode zat, moest je dus
waarschijnlijk toch bijbetalen.
Rekenvoorbeeld 2
Voor dit voorbeeld namen we twee andere tijdsperiodes. Je contract was op 29 augustus 2022 van start gegaan,
je kreeg een jaarafrekening op 29 augustus 2023. De eerste periode was voor jou van 1 januari 2023 tot en met
28 augustus 2023. Je tweede periode was voor jou van 29 augustus 2023 tot en met 31 december 2023.
Periode 1
Volgens het model van de rijksoverheid mocht je in de eerste periode een verbruik hebben van 870 m3 gas en
169…